Vertrek uit Caïro

Woensdag 29 augustus Weer bezoeken wij de Soedanese ambassade, uiteindelijk bekroond met succes: wij krijgen alle visa voor Soedan, ook de Amerikanen voor wie het meestal erg moeilijk is. ‘s Middags is er een kort bezoek bij de Sheikh el Azhar, het hoofd van de El Azhar Universiteit, één van de belangrijkste islamitische instituten ter wereld. Hij geldt als een van de belangrijkste islamitische geestelijken en komt erg vriendelijk over. Zijn betoog gaat over de broederschap tussen de islam en het christendom en hoe zij het eens zijn in hun respect voor menselijke waarden. Aansluitend is er een gesprek met Kees Hulsman en beantwoorden wij vragen in voorbereiding op een artikel voor een Nederlands tijdschrift. Daarna volgt weer een gesprek met een journalist, dit keer van het bekende Egyptische blad Watanee. ‘s Avonds zijn wij in Anba Ruweis, het Patriarchaat van de Koptisch-Orthodoxe Kerk. We bezoeken onder andere een Ethiopische monnik, Abba Gebre Meskel, die daar woont en verantwoordelijk is voor de geestelijke begeleiding van Ethiopiërs. Wij bezoeken ook het heiligdom van Sint Mark, stichter van de kerk in Afrika, en blijven enige tijd in stilte voor zijn relikwieën. ‘s Avonds heb ik een vriend ontmoet die op de Amerikaanse universiteit werkt, hij stelt mij voor aan een collega die professor is voor vergelijkende religies, en later komt iemand anders langs die als journalist in Irak gewerkt heeft en heel veel over de situatie daar vertelt. Wij praten tot laat in de nacht en er is alleen tijd voor een paar uurtjes slaap voor ons vertrek naar het zuiden.

Caïro

Dinsdag 28 augustus Wij ontbijten samen met jongeren uit Frankrijk en verschillende Arabische landen op het College. De eerste taak is naar de Soedanese ambassade te gaan, ‘s middags kunnen wij op eigen houtje wat rondlopen. ‘s Avonds rijden wij naar Ma’adi, een buiten wijk van Caïro, waar wij de Nederlandse journalist Kees Hulsman ontmoeten. De kerk die wij vervolgens bezoeken is bijzonder, omdat het letterlijk op de oever van de Nijl ligt. Ondanks het late uur wemelt het van de mensen, een jeugdvoorstelling van een geestelijk theaterstuk trekt veel aandacht. Kees vertelt ons hoe dit de plek was waar de Koptische Kerk zeven jaar geleden het millennium vierde, en vooral de komst van de heilige familie naar Egypte. Volgens traditionele overlevering was de heilige familie in Ma’adi en heeft van daaruit een boottocht gemaakt naar Noord-Egypte. Ongeveer dertig jaar geleden is, na afloop van de heilige liturgie, een Bijbel drijvend op het water gevonden. Het trok de aandacht omdat het niet zonk en open lag op de tekst van Jesaja 19, die heel belangrijk is voor de Koptische Kerk. Na het kerkbezoek zijn wij op het kantoor van Drs. Kees Hulsman geweest, hij is hoofdredacteur van The Arab West Report en directeur van het Centre for Intercultural Dialogue and Translations, dat zich vooral richt op de verhoudingen tussen christenen en moslims. Zijn assistent Baher, een jonge maar fors gebouwde student van El Azhar die bij hem stage loopt, is ook aanwezig. Hij vertelt ons over de verwantschap tussen islamitische en christelijke denkpatronen. Wij hebben een boeiend gesprek met elkaar.

Egyptische grens - Caïro

Maandag 27 augustus Na uren van onderhandelingen en telefoongesprekken met Vader Petros in Nuweiba is het eindelijk zover. Wij hoeven niet door Aqueba te reizen, maar krijgen een politie-escorte om naar Nuweiba te komen. Laat in de middag beweegt onze minikaravaan richting Nuweiba, wij passeren de prachtige nieuwe badplaatsen die hier gebouwd worden, vaak met traditioneel Arabische architectuur. Het is heel anders dan toen ik met studenten van de Hebreeuwse Universiteit mijn vrije tijd hier doorbracht. Alleen vind ik het jammer dat er geen gelegenheid tot zwemmen was! Het is heerlijk weer met de groep herenigd te worden, eindelijk kunnen wij de juiste maatregelen nemen om geldige papieren voor autogebruik in Egypte te bemachtigen. Meteen nadat dit proces voltooid is, rijdt onze inmiddels voltallig geworden karavaan door naar Caïro. Wij komen in de vroege ochtend aan en verblijven op het College de la Salle Daher, waar ik ooit leraar geweest ben.

Jeruzalem – Egyptische grens

Zondag 26 augustus Wij staan op en gaan naar het dichtbij gelegen Debre Genet Klooster en naar de Kidane Mehret (Verbond van Genade) Kerk. Het is een prachtige grote ronde stenen kerk gebouwd in Keizerlijke stijl, geplaatst in een ruime hof met daaromheen huisjes voor de monniken. De heilige liturgie is in volle gang, na afloop worden wij geïntroduceerd en enige leden van de groep krijgen de gelegenheid iets over de Pelgrimstocht van de Hoop te vertellen. Het is een heel bijzonder moment voor ons allen op deze plek te zijn waar door de eeuwen heen zo veel gebeden en opgeofferd is. Vanwege de verbondenheid met het Oude Testament en de tradities van het Salomonidische koningshuis is er een heel hechte relatie tussen Ethiopië en het heilige land. Door eeuwen van isolatie was Jeruzalem de enige plek waar Ethiopiërs en andere christenen elkaar ontmoetten. Jeruzalem is altijd het centrum van interkerkelijk en interreligieuze dialoog geweest en het belangrijkste doel van alle pelgrims in deze tocht. Wij voelen allen dat het een bijzonder voorrecht is in Jeruzalem, de stad van vrede, te mogen zijn, al is het maar voor enkele uren. Van Debre Genet gaan wij naar de oude stad. Onderweg lopen wij over het plein voor het gemeentehuis van Jeruzalem. Daar is een merkwaardige tentoonstelling van Buddy Bears te zien: enorm grote standbeelden gemaakt door kunstenaars uit verschillende landen. Ze zijn bedoeld om vrede en verzoening te zaaien door hun tocht over de wereld en vormen een reusachtige ring met uitgestrekte handen. Israël valt dichtbij Iran en Irak in de volgorde van landen waar deze standbeelden heengaan. Wij herkennen iets van de geest van onze Pelgrimstocht en maken foto’s bij de Ethiopische Bear. Onze kleine pelgrimsgroep vervolgt haar weg door de achterstegen van de oude stad van Jeruzalem, tot wij eindelijk aan de ingang van het hof van het huis van de Ethiopische Aartsbisschop staan. Voor mij is dit een bijzondere plek, waar ik ooit leerde icoonschilderen en waar ik kennis maakte met de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk. Abuna Matthias, de Ethiopische Aartsbisschop van Jeruzalem ontvangt onze kleine groep met grote warmte. Hij herkent mij van een recente ontmoeting op de theologische faculteit Holy Trinity Theological College in Addis Abeba. Hij vraagt over de doelen van de Pelgrimstocht van de Hoop en uit bewondering en steun voor de manier waarop verschillende actuele onderwerpen behandeld worden. De ontvangstkamer hangt vol foto’s van vroegere Patriarchen, Abten van het klooster en leden van het Koninklijke huis. Wij bezoeken aansluitend het Deir a Sultan-klooster op het dak van de Grafkerk. Wij begrijpen hoe groot de behoefte voor vrede is in verband met het conflict met de Koptisch-Orthodoxe Kerk over het bezit van Deir a Sultan. In vergelijking met anderen leven de Ethiopiërs in eenvoud, maar bezitten een bijzondere waarde en integriteit. Wij gaan terug door het netwerk van kapellen dat leidt tot de ingang van de Grafkerk. Er is net genoeg tijd voor een kort bezoek aan Golgotha en het graf van Christus. Aansluitend staan wij weer voor Abune Absedi, de assistent-Aartsbisschop van Jeruzalem. Hij heeft 50 jaar in Jeruzalem doorgebracht, zijn hoge leeftijd geeft hem een aspect van bijzondere heiligheid en wij zijn allen onder de indruk van zijn warme en bemoedigende woorden. Hij vertelt over de voorbeeldfunctie van onze reis en is van mening dat het een grote uitstraling zal hebben. Wij ontmoeten toevallig de zus van de Arabisch-Lutherse Bisschop van Jeruzalem en haar zoon. Na een gemeenschappelijke maaltijd in het huis van Diaken Zelleke rolt de mini-pelgrimskaravaan weer richting het zuiden. De tocht door de Sinaï Woestijn neemt veel meer tijd in beslag dan wij hadden verwacht en wij komen bijna zonder diesel te staan midden in de woestijn… Ons vertrek uit Israël en onze intrede in Egypte gaat gepaard met allerlei zekerheidsmaatregelen. Wij denken dat het ergste voorbij is wanneer wij beginnen met de autopapieren, maar dan neemt de situatie een onverwachte, negatieve wending. De douane in Tabah vertelde ons dat de nodige instanties die onze autopapieren kunnen verwerken in Tabah niet aanwezig zijn. Dit betekent dat wij niet door mogen en naar Egypte en Jordanië terug moeten, om met de boot naar Aqueba te reizen. De andere twee auto’s van onze groep hadden net deze route bereisd en wachtten al in Nuweiba, 70 kilometer ten zuiden, waar er wel instanties zijn, die de invoer van onze auto’s kunnen regelen. Uiteindelijk mogen wij slapen. De behandeling van het probleem wordt uitgesteld tot de volgende dag.

Amman - Jeruzalem

Zaterdag 25 augustus Wij nemen afscheid van de leden van de groep met Ethiopische paspoorten die naar Egypte zouden vliegen. Weer rolt de pelgrimskaravaan richting de Israëlische grens, door de Arabische dorpen van de Jordaanvallei. De zekerheidsmaatregelen zijn nog uitgebreider dan de vorige keer. Nu zijn er geen problemen vanwege Ethiopische paspoorten, maar wel van andere aard. De Israëli’s blijken heel nauwkeurig te zijn met invoer van voertuigen en sommige van onze papieren gaan niet door de beugel. Het is weer laat geworden op de grens en er komt een spoedbijeenkomst om te beslissen wat er moet gebeuren. Wegens problemen met de papieren is Vader Petros genoodzaakt terug naar Amman te keren met twee auto’s. Een kleine schaar van vier mensen met twee auto’s rijdt verder naar Jeruzalem. Wij bellen met Diaken Zelleke van de Ethiopisch-Orthodoxe kerk die op ons wacht. In de vroege ochtend, wanneer wij in Jeruzalem aankomen, verwelkomt Diaken Zelleke ons in zijn huis op de ‘Ethiopia Street’. Het is prachtig bij iemand in huis ondergebracht te worden en niet weer in een hotel. Het is ook een mooi oud huis, stijlvol gerenoveerd. Wij zijn allemaal psychisch en fysiek uitgeput, hetzelfde geldt voor de groep die weer in Amman terecht kwam.

Amman – Israël... en weer terug naar Amman

Vrijdag 24 augustus Nadat wij afscheid genomen hebben van Kibret Mekonnen, de fotograaf en Tv-journalist die naar Nederland terug zou keren vanwege zijn werk, rolt de karavaan weer richting de Westelijke Jordaanoever. Onderweg bezoeken wij de Berg Nebo, een heiligdom geweid aan de Profeet Mose en daarom met bijzondere betekenis voor alle drie de monotheïstische geloven. De plek heeft een wonderschoon uitzicht over de Jordaanvallei richting het heilige land en Jeruzalem. De eenvoudige maar erg aansprekende Katholieke kerk met haar aangesloten kleine Franciscanenklooster, herbergt een prachtige verzameling oude mozaïeken van vroege kerken die op die plek stonden. Onze weg gaat verder door de Jordaanvallei. De eerste oversteekmogelijkheid naar Israël blijkt alleen voor Palestijnen of diplomaten te zijn, wij rijden daarom een heel eind verder totdat wij bij de Koning Hussein-brug (ook bekend als de Allenby Bridge) komen. Na een heel gedoe aan de Jordaanse kant en zeer uitgebreide zekerheidsmaatregelen aan de Israëlische kant, zijn wij eindelijk binnen. Maar onze vreugde is van korte duur. De waarschuwingen over moeilijkheden met Ethiopische paspoorten schijnen toch waar te zijn: Ethiopiërs krijgen geen visum bij de grens. Het is al laat en Vader Petros besluit met de hele groep terug te keren. Weer doen wij het proces om Jordanië binnen te komen en na een tocht langs de prachtige nieuwe hotels op de Dode Zee-oever, komen wij vroeg in de ochtend terug in Amman.

Amman

Donderdag 23 augustus De visa problemen zijn nog niet opgelost en de dagelijkse tocht naar de ambassades herhaalt zich. In de namiddag verkennen wij het Romeinse Nymphaeum en de dichtbij gelegen ‘souk’ of markt. Deze avond zijn wij uitgenodigd te eten bij de evangelische Ethiopische christenen en ontmoeten meer van hen. Tot laat in de nacht praten wij en we wisselen ervaringen uit.

Amman

Woensdag 22 augustus Ook vandaag gingen de meesten van ons weer naar ambassades en consulaten, aansluitend bezochten sommigen van ons de Burcht (Citadel) met haar uitgebreide resten van Romeinse, Byzantijnse en Omayade-perioden. De Citadel bevindt zich op een hoge berg gekroond met de indrukwekkende ruïne van de Romeinse Tempel van Hercules. De Romeinen gaven Amman de naam Philadelphia, het was de voormalige hoofdstad van de Bijbelse Ammonieten, de plek waar Uria, de generaal van Koning David, de dood in gestuurd werd en genoemd met woede door de profeten Amos en Jeremias. In een van de handwerkwinkels ontmoetten wij Ibrahim Ozgul een assyrische christen die negen jaar lang gewerkt heeft voor de Wereldraad van Kerken in Roemenië. Hij vertelde ons iets over de huidige situatie in Amman en raadde een dichtbij gelegen eetgelegenheid aan. Later in de avond kwamen wij terug met de gehele Amen Ethiopia-groep, ontmoetten hem weer en aten daar op het platte dak onder de sterrenhemel, met de zuilen van de Tempel van Hercules verlicht op de berg in de achtergrond. Het is heel feestelijk en prachtig daar te zijn en de lichten van de stad om ons heen te zien. Wij kregen ook gezelschap van Mohammed, een fysiotherapeut die Vader Petros heeft leren kennen en die in Oost-Europa woont en hier op vakantie is. Na het eten wandelden wij langs het plein voor het Romeinse amfitheater en wij bewonderden het. Het is helemaal verlicht op een kunstzinnige manier. Er was ook een Ethiopisch meisje aanwezig die in Amman studeert. Zij nodigde ons uit aansluitend bij evangelische Ethiopische vrienden van haar, waar wij koffie en thee drinken tot na middernacht.

Amman

Dinsdag 21 augustus Het grootste deel van de dag hebben wij doorgebracht met bezoeken aan verschillende ambassades en consulaten in verband met visa-aanvragen. Sommigen van ons gingen alvast de stad bezoeken en kennismaken met de verschillende markten en historische plekken. Tot onze grote vreugde konden de drie achtergebleven leden van onze groep pelgrimreizigers hun Jordaanse visa regelen en naar Amman reizen. Ik vond het ook leuk om bekend te raken met de laatste ontwikkelingen in de Arabische communicatie media. Vooral televisie is ontzettend veranderd tijdens de laatste vijftien jaar; van een relatief primitieve aangelegenheid met weinig keus tot een enorme veelheid aan verschillende kanalen die heel hoogontwikkelde technische middelen gebruiken.

Jordaanse grens - Amman

Maandag 20 augustus Drie leden van onze groep die reisden met Ethiopische paspoorten moesten naar Damascus terugkeren om visa aan te vragen bij de Jordaanse ambassade daar. Ondanks ons verblijf op de grens duurden de formaliteiten een eeuwigheid en was het bijna 16.00 uur toen wij eindelijk in Amman aan kwamen. De lichtgekleurde stenen gebouwen en de ligging op heuvels verleende een verwantschap met Jeruzalem, dat eigenlijk vrij dichtbij ligt. In Amman merkten we een duidelijke hang naar het Westen. Wij gebruikten de lunch in een Italiaans restaurant dat geen wijn of bier serveerde. Daar kregen wij gezelschap van een van oorsprong Irakese priester, vader Immanuel, die ons heel trots vertelde dat hij op koninklijk bevel Jordaans staatsburger geworden is. Tijdens de koffie vertelde hij over de situatie van de christelijke kerken in Jordanië en Irak. Hij beschreef hoe de situatie in het eerste land heel goed was dankzij de steun van het Koninklijke huis, terwijl het in het tweede land in een neerwaartse spiraal terecht kwam. De christelijke bevolking was verminderd van 4% tot 2%. Vader Immanuel was heel betrokken bij de hulpverlening aan Irakese vluchtelingen die nu Jordanië binnendrongen. Eenderde van deze vluchtelingen is christen. Een actueel bericht in het nieuws was dat Irakese kinderen nu toegelaten zouden worden tot Jordaanse scholen. Hij vertelde dat de meeste christenen uit Bagdad gevlucht waren naar het noorden, naar Koerdistan of naar buurlanden. Vader Immanuel was zo vriendelijk om ons te begeleiden naar een geschikt hotel, die veel bezocht wordt door gasten van de Ethiopisch-Orthodoxe kerk. Hij zorgde er persoonlijk voor dat wij een heel gunstige afspraak met betrekking tot ons verblijf in dit hotel konden maken.